Federale Overheidsdienst 
FINANCIEN

Administratie van de Thesaurie

     

Interne auditcel

  
Onze dienst
  Contacteer ons
  Opdracht
  Organigram
Thema's
  Interne auditfunctie
  Audit bij de Thesaurie
  Auditcharter
  Auditjargon
  Copernicus
Wegwijs
  Site overzicht
  Index
  Andere sites
  Zoek
Disclaimer
Home

 

Auditjargon


Voor een goeie communicatie inzake interne controle en interne audit zijn duidelijke definities van essentieel belang. 

Dit glossarium is toegevoegd als bijlage 5 bij het document "Copernicus - Definitief Eindrapport B&B- B&B0011". De definities werden alfabetisch gerangschikt.

Audit: 

Audit is een activiteit die nagaat of bepaalde controlemaatregelen adequaat en effectief zijn in functie van de risico's. Er bestaan verschillende soorten audits, zoals financiŽle, operationele, conformiteits-en managementaudit die elk een eigen finaliteit hebben. Audit kan zowel intern als extern aan de organisatie zijn.


Conformiteitsaudit:

Conformiteitsaudit ("compliance audit") is gericht op de controle van het respecteren van wetten, reglementen, beleidslijnen, procedures en interne richtlijnen van een organisatie.

  
Controleomgeving: 

bepaalt de cultuur binnen de organisatie en beÔnvloedt de bewustheid van het personeel voor beheersing. Ze vormt de basis voor alle andere elementen van interne controle, zorgend voor discipline en structuur. De constituerende elementen zijn de managementstijl, filosofie en ondersteunende houding van het management. Ze omvat evenzeer competentie, ethische waarden, integriteit, en de moraal van alle personeelsleden. De controleomgeving vindt haar weerslag in de organisatiestructuur en de manier waarop binnen de organisatie wordt omgesprongen met autoriteit en verantwoordelijkheden


Control self assessment (CSA): 

een techniek waarbij de medewerkers en / of het management zelf een evaluatie maken van de interne controle en de risicobeheersing binnen de FOD aan de hand van bijvoorbeeld vragenlijsten of werksessies die door interne audit of externen worden begeleid.

  
Delegatie:

Delegatie wordt strikt bedrijfseconomisch geÔnterpreteerd; het is in die zin het formeel afstaan van beslissingsbevoegdheid aan een lager echelon in de organisatiestructuur, waarbij dit echelon rapporteert over de uitvoering; het ontheft het management echter niet van zijn eindverantwoordelijkheid.


FinanciŽle audit:

FinanciŽle audit heeft tot doel het getrouwe beeld en de kwaliteit van de financiŽle staten na te gaan; deze kwaliteit omvat o.m. de duidelijkheid van de gegeven toelichtingen bij de financiŽle staten, de mate van voorzichtigheid waarmee de waarderingsgrondslagen zijn toegepast en de onderliggende schattingen.

  
Heroverweging: 

De heroverweging is het kritische onderzoek van een overheidsactiviteit, dat beoogt de adequaatheid en de effectiviteit te verhogen door de grondige analyse van de volgende punten:
   
   de nagestreefde oogmerken;
de betrokken doelgroepen;
de mechanismen (de reglementering);
de parameters (naargelang het geval: aantallen, categorieŽn, eenheidsprijzen, demografische evoluties; "encours", achterstallen, termijnen, vervaldagen, inkomensdrempels, prijsindexeringsstelsels, e.d.m.);
        de evolutie van de parameters tijdens de vorige jaren en de prognose voor de toekomst;
de budgettaire evolutie tijdens de vorige jaren en de prognose voor de toekomst;
de evaluatie van de bestaande toestanden;
de alternatieve methoden of oplossingen om de gestelde oogmerken te bereiken.

  
Inspectie: 

Inspectie is een controlemaatregel en een vorm van onafhankelijke verificatie. Verificatie beoogt de controle op de volledigheid, accuraatheid, authenticiteit en / of validiteit van transacties, van acties of informatie.

  
Intern controlesysteem: 

het geheel van acties ondernomen door de algemene leiding, het management en het personeel teneinde redelijke zekerheid te verkrijgen wat betreft de realisatie van: 

         De goed gedefinieerde specifieke doelstellingen; 
Zuinig en doelmatig gebruik van de middelen;
Kennis en adequate beheersing van de risico's met het oog op de bescherming van het patrimonium van de organisatie maar ook van de mensen, van het imago en van de technologie;
De integriteit, de betrouwbaarheid en het exhaustief karakter van de financiŽle en beheersinformatie;
Het respecteren van de wetten en reglementen, alsmede van de algemene beleidslijnen, plannen en interne procedures;
De fraudebestrijding.
  
Interne audit: 

Interne audit is een onafhankelijke, objectieve zekerheid- en adviesverstrekkende activiteit, ingesteld om een toegevoegde waarde te vormen ter verbetering van de werking van de organisatie. Zij helpt de organisatie haar doelstellingen te bereiken door een systematische en gedisciplineerde aanpak van de evaluatie en van de verbetering van het risicomanagement, de controlemaatregelen en de managementmethodes.

  
Interne controlemaatregel: 

concrete activiteit ondernomen om een risico te voorkomen of binnen bepaalde grenzen te houden en / of om de waarschijnlijkheid van een gewenst resultaat of effect te verhogen. Er bestaat een zeer uitgebreid gamma van interne controlemaatregelen zoals bijvoorbeeld documentatie, goedkeuring, autorisatie, verificatie, functiescheiding, supervisie, toepassingscontroles, procedures, back-ups, logische beveiliging, training, onafhankelijke verificaties enzÖ

  
Managementaudit

Managementaudit heeft als doel de beoordeling van de kwaliteit van de managementfunctie met betrekking tot het bereiken van de in de beheersovereenkomst vastgelegde doelstellingen.


Middelen 

behelzen zowel geldelijke middelen als roerende en onroerende goederen, mensen en technologie die de overheidsdienst voor zijn werking nodig heeft.


Monitoring:

Monitoring is het continue proces van overzicht van de consequente en juiste werking van de interne controlemaatregelen. Deze monitoring kan door het management zelf gebeuren of uitbesteed worden aan een onafhankelijk orgaan (bijv. audit). Monitoring maakt integraal deel uit van het intern controlesysteem . Bovendien kan het management en het personeel zelf de werking van het intern controlesysteem evalueren via een bepaalde methodiek, Control Self Assessment genaamd (CSA).


Operationeel plan: 

een instrument dat het de overheidsdiensten mogelijk maakt hun doelstellingen te definiŽren (in termen van output, outcome of effecten) alsook de wijze waarop ze zullen worden behaald en gestuurd (performantiecriteria).


Operationele audit:

Operationele audit beoogt het nazicht van de adequaatheid en de effectiviteit van de interne systemen en procedures (waaronder de prestatieindicatoren van de FOD), evenals de kritische analyse van de organisatiestructuren en van de toewijzing van de verantwoordelijkheden; de door het topmanagement vastgelegde doelstellingen van de organisatie moeten kunnen bereikt worden tegen de laagste kost. Deze audit omvat vooral de evaluatie van een organisatie op gebied van prestaties, werking en gebruik van de middelen.


Operationele doelstellingen van de overheidsdienst 

zijn de doelstellingen die de overheidsdienst binnen een vooraf bepaald tijdsbestek zal moeten behalen; dit kan onder de vorm van output, toegevoegde waarde of effecten zijn. Deze operationele doelstellingen worden afgeleid uit de beleidsdoelstellingen en worden neergeschreven in de beheersovereenkomst of het managementcontract. Objectieven moeten specifiek, meetbaar, accuraat, relevant en tijdsgebonden geformuleerd worden.


Procedure: 

geeft veelal een schriftelijke beschrijving van hoe de activiteiten binnen een bepaald proces dienen uitgevoerd te worden en welke controleactiviteiten moeten worden uitgevoerd. Procedures worden meestal vervolledigd door richtlijnen die nadere informatie verschaffen betreffende bepaalde beslissingscriteria (bijv. autorisatielimieten) en / of technieken (bijv. boekhoudtechnieken). 


Proces: 

aan elkaar gerelateerde activiteiten die middelen aanwenden en omzetten in producten en diensten (vb. toekennen van subsidies). We onderscheiden enerzijds kernprocessen die uniek zijn en specifiek verwant aan de missie van de overheidsdienst. Anderzijds onderscheiden we algemeen ondersteunende processen die ongeveer gelijklopend zijn ongeacht de overheidsdienst (bijv. boekhouding, personeelsbeheer, ICT, Ö).


Risico: 

kan worden gedefinieerd als iets wat met een bepaalde waarschijnlijkheid kan gebeuren en een impact heeft op het bereiken van doelstellingen. Deze impact kan zowel negatief als positief zijn. Risico wordt dus niet enkel gezien als een bedreiging voor de organisatie maar kan zich ook als opportuniteit aandienen (het risico schuilt dan in de gemiste opportuniteit). Risico's kunnen van verschillende aard zijn, zo zijn er bijvoorbeeld financiŽle, operationele, strategische, technologische, conformiteits- en personeelsriscio's.


Risico-inschatting: 

het proces en de methode die worden gebruikt om mogelijke risico's te identificeren, hun waarschijnlijkheid en ernst te bepalen en vervolgens te prioritiseren naar impact op het niet bereiken van doelstellingen.

Top


Informatieleverancier Interne Auditcel

webauteurs M. Van den Eede en Brigitte Degeest

Informatie laatst gewijzigd op 11.01.2012
Copyright © 2001 Federale Overheidsdienst FinanciŽn, Administratie van de Thesaurie - Cel Internet/intranet